ARBEIDSTHERAPEUTE.NL

ARBEIDSTHERAPEUTE

Activiteitenbegeleider is een beroep in de medische dienstverlening dat bestaat uit het aanbieden van activiteiten aan heel veel verschillende doelgroepen. Onder andere mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, jeugd, psychiatrie, ouderen en dementerende ouderen.
De tijd van activiteitenbegeleiding als fröbelvak is voorbij. Tijdens de opleiding is het vak methodisch handelen het belangrijkste aspect geworden.
Activiteitenbegeleiders hebben ongeveer acht uur per dag te maken met alle sociale, emotionele en cognitieve aspecten van hun cliënten waar zij op een professionele wijze mee om moeten gaan. Activiteitenbegeleiders werken doelgericht en methodisch.
De activiteit vormt alleen het instrumentarium om het sociale, emotionele, cognitieve en praktische welzijn van de cliënt te ontwikkelen, indien mogelijk uit te breiden en te behouden. De activiteit is nooit het doel op zich.

Voorbeeld 1

Stel je maar eens voor hoe het zou zijn als je de hele dag niks zinnigs doet? Hoe voel je je dan? Nutteloos? Alleen?

Voorbeeld 2

Als je jezelf aan iemand voorstelt, wat vertel je dan over jezelf? Je naam en wat je doet voor de kost bijvoorbeeld. En wat je doet voor de kost is je dagbesteding.




Inhoud


1 Geschiedenis van de activiteitenbegeleiding
2 Vermaatschappelijking
3 Institutionalisering
4 Professionalisering
5 Ontstaan activiteitensector
6 Activiteitenbegeleider in het dagelijks leven
7 Externe link





//


Geschiedenis van de activiteitenbegeleiding
Om goed te kunnen begrijpen wat Activiteitenbegeleiding inhoudt is het van belang om te weten waar de wortels van dit beroep liggen. Activiteitenbegeleiding is één van de vele vakken waar men met activiteiten werkt.
Zo oud als de mensheid is, zorgen mensen voor elkaar. Zorg voor armen, zieken en behoeftigen. Deze zorg gaf men elkaar om de ergste armoede te bestrijden. Er was behoefte aan onderdak, voedsel en kleding. ( materiële hulpverlening) De kerk, familie en buren speelden een grote rol.
Na de 2e Wereldoorlog was er behalve aan materiële hulp, ook behoefte aan immateriële hulpverlening. Dit werd met name veroorzaakt door de veranderingen in de samenleving.


Vermaatschappelijking
In de crisisjaren was het de armoede van mensen die nood veroorzaakten. Na de oorlog, na de wederopbouw, waren mensen in staat om zelf te voorzien in hun eerste levensbehoefte. De Industrie kwam op gang, en veel jongeren trokken naar de stad. Veel families en gezinnen vielen uit elkaar, en de positie van de kerk werd zwakker. Het steeds meer opkomende kapitalisme veroorzaakten geestelijke problemen. Mensen raakten in geestelijke nood en het aantal echtscheidingen nam toe. De hulp die geboden werd door naasten of buren op basis immateriële hulp, bleek niet afdoende. Hierdoor ontstond de gedachte dat niet het individu, maar de maatschappij in zijn geheel verantwoording moest dragen voor de problematiek in de samenleving. De staat zorgde ervoor dat er instituten kwamen die de hulpbehoevende mens moest helpen en begeleiden.

Institutionalisering
De hulpverlening in Nederland werd een functie in de samenleving. Er kwamen bejaardenhuizen, zwakzinnigeninrichtingen en gezinsvervangde tehuizen.(Institutionalisering) Dit werd bekostigd met overheidsgeld. Er kwam een grote vraag naar mensen die hun volledige werktijd wilden besteden aan dit werk.

Professionalisering
In eerste instantie was er weinig verschil tussen de eerste beroepskrachten en mensen die dit werk op vrijwillige basis deden. Beroepskrachten leerden door ervaring, kennis en vaardigheden aan.De aard van de nood en de intensiteit hiervan zorgden ervoor deze ( aangeleerde) kennis te ontwikkelen en aan te passen. Er ontstonden diverse specifieke beroepen zoals verpleegkundige en arbeidstherapeut.( professionalisering)

Ontstaan activiteitensector
De vorm van de gekozen hulpverlening was afhankelijk van de waarde die de samenleving hieraan gaf. Zo bleek de materiële hulp hoger gewaardeerd. Na verloop van tijd ontstond er een verschuiving. Dit kwam doordat het finacieël beter ging met Nederland. In de jaren 60 was er een enorme daling van vrijwilligers in de instituten en was er een toename van professionele krachten. Binnen de gezondheids en welzijnsorganisaties werkten veel mensen met verschillende achtergronden en opleidingen. Naast de medische en lichamelijke zorg gingen steeds meer mensen zich bezig houden met het activeren en begeleiden van mensen binnen deze instellingen. Zij vormden een nieuwe sector: De Activiteitensector


Activiteitenbegeleider in het dagelijks leven
Als algemeen gegeven stelt de activiteitenbegeleider zich als doel:
Het begeleiden van deelnemers bij activiteiten in het dagelijks bestaan, zodat zij zich lichamelijk , geestelijk en maatschappelijk welbevinden.De activiteit is geen doel op zich, maar een middel om het bovenstaande te bereiken.
De activiteitenbegeleider maakt daarbij onderscheid tussen 3 verschillende aspecten:

de woonsituatie
werk/leersituatie
vrijetijdssituatie

Hieruit kunnen 4 activiteitensoorten worden benoemd. Deze activiteitensoorten kunnen elkaar overlappen en zijn niet zo strikt als wordt omschreven. Deze activiteitensoorten worden ook wel zingevingsgebieden genoemd.



Ontspanningsactiviteiten:



Creatieve en recreatieve activiteiten: uitstapjes,onderhouden of aanleren van hobby's, muziek maken, sport en spel etc. De doelen zijn afhankelijk van het individu, en kunnen heel verschillend zijn. Te denken valt aan zich nuttig voelen, sociale contacten onderhouden, verveling tegengaan en zingeving.



Educatieve activiteiten:



Bij deze activiteiten gaat het erom de deelnemer iets aan te leren in de ruimste zin van het woord. Computerles voor senioren, verkeersles voor zwakzinnigen, contact leren maken met anderen, uitbreiden van vaardigheden op elk willekeurig interessegebied. De doelen zijn afhankelijk van het individu, bijvoorbeeld jezelf waar maken, ontwikkelen en zekerder voelen.



Zelfzorgactiviteiten:



Dit worden ook wel ADL-activiteiten genoemd, Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen. Deze activiteiten zijn gericht op het behoud van zelfstandigheid en onderhoud van "lijf en nest". Wassen, strijken, boodschappen doen, gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer etc. Mogelijke doelen zijn uitbreiden van vaardigheden op sociaal, emotioneel en motorisch gebied, gevoel van eigenwaarde versterken, gevoelens van afhakelijkheid verminderen.



Arbeidsmatige activiteiten:



Hier draait het met name om het maken of leveren van producten en diensten ten behoeve van anderen. Inpak- en montagewerk, tuinonderhoud, verzorgen van dieren, administratieve werkzaamheden. Doelen kunnen zijn: Zinvolle dagbesteding, structuur, samenwerken en sociaal gevoel versterken, voorbereiden op een baan buiten de muren van een instelling.

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod